Sunday, 8 June 2008

Learning Dutch

huis (casa)
deur (porta)
raam (janela)
muur (parede)
etage (andar)
kelder (cave)
zolder (sótão)
balcon (varanda)
lift (elevador)
plafond (tecto)
vloer (chão)

slaapkamer (quarto de dormir)
bed (cama)
kast (roupeiro)
commode (cómoda)
gordijns (cortinados)
lamp (candeeiro)

woonkamer (sala de estar)

spiegel (espelho)
fruitschaal (fruteira)
tafel (mesa)
stoel (cadeira)
kast (armário)
vas (vaso)
plant (planta)
bank (sofá)
tapijt (tapete)
bureau (secretária)
boekenplank (estante)
schilderij (quadro)
schemerlamp (candeeiro de pé alto)
schoorsteenmantel (chaminé)
kaars (velas)
klok (relógio)

eetkamer (sala de jantar)

badkamer (casa de banho)

keuken (cozinha)

staat tegen de muur (encostado à parede)
staat onder...(debaixo)
staat naast...(ao lado)
staat op...(em cima)
bij de deur (junto à porta)
hangen (pendurado)

And now, Xutos e Pontapés, A minha casinha (My little house)

No comments: